Veiligheid


In Nederland dalen de criminaliteitscijfers al enkele jaren. Maar alle criminaliteit, hoe klein ook, moet hard worden aangepakt. Daarom moet het politie- en justitieapparaat efficiënt worden ingericht en moet ook kleine criminaliteit alle aandacht krijgen. Juist deze delicten geven een sterk gevoel van sociale onveiligheid. Hoe groot het belang van veiligheid ook is: privacy en burgerrechten en de rol van de rechterlijke macht mogen niet het slachtoffer worden van een zucht naar veiligheid. Deze bescherming tegen onrecht moet er altijd zijn, en altijd blijven.
 

Politie 
Veiligheid begint met de agent op straat. Deze agent moet zich gesteund weten door een professionele organisatie. Doordat de samenwerking tussen politiekorpsen nog altijd onvoldoende is, is communicatie tussen regio’s beperkt en wordt criminaliteit landelijk onvoldoende opgespoord. Criminaliteit blijft niet binnen nationale grenzen, laat staan binnen de grenzen van een politiekorps. Ook zorgt deze inefficiënte samenwerking voor onnodig hoge bedrijfsvoeringskosten. De politie moet daarom achter de schermen een goed georganiseerde nationale organisatie hebben. Lokaal wordt door de burgemeesters binnen de regio de prioritering bepaald. Besparingen door samenwerking kunnen worden gebruikt om de hoeveelheid agenten op straat te vergroten.
Om te zorgen dat de politie haar werk goed kan doen, moet zij burgers aanmoedigen om aangifte te doen. Burgers die het slachtoffer zijn van criminaliteit moeten vervolgens kunnen vertrouwen op het ondernemen van actie door de politie om de aangiftes op te lossen. 
De effectiviteit van de politie wordt bepaald door de mate van criminaliteit in Nederland en de hoeveelheid opgeloste zaken, niet door het aantal boetes dat uitgeschreven wordt. Daarom moet het politiekorpsen worden verboden om een boetequotum te hanteren.

Justitie
 
Straffen in Nederland moet een goede verhouding zijn tussen bescherming van de samenleving en erkenning van het leed van slachtoffers. De rechter bepaalt welke straf gepast is bij een delict. Minimumstraffen betekenen een erosie van de rechterlijke macht en negeren de bijzondere omstandigheden van het individu. Rechters moeten echter terughoudend zijn in het vervangen van gevangenisstraf door een taakstraf. Een ander onderdeel dat bijdraagt aan het afschrikken van delinquenten in spé is de snelheid waarmee straffen worden uitgevoerd. Er moet naar gestreefd worden om dit zo snel mogelijk uit te voeren. In bepaalde gebieden of tijdens bepaalde evenementen moet snelrecht toegepast kunnen worden. Hierbij moet de straf zoveel mogelijk direct ten uitvoer worden gebracht. De maximale straf in Nederland is levenslang, wat uitgezonderd voorbehouden van de rechter of gratie ook daadwerkelijk levenslange opsluiting betekent.
Detentie moet in principe gericht zijn op een succesvolle terugkeer in de maatschappij. Dit betekent echter niet dat delinquenten in een overmatig luxe gevangenis mogen verblijven. Een gevangenisstraf wordt niet langer standaard verkort, en vervroegde invrijheidstelling wordt bemoeilijkt. Dit voorkomt dat delinquenten te gemakkelijk en te vroeg op vrije voeten komen. Mensen die meerdere keren vanwege eenzelfde vergrijp of een serie vergrijpen zijn veroordeeld moeten zwaarder gestraft worden. Geld of goederen die zijn verkregen middels criminele activiteiten dienen te worden ontnomen bij veroordeling. Misdaad mag nooit lonen, dat is een boodschap die voor iedereen duidelijk moet zijn. 
Terbeschikkingstelling, TBS, is een effectief instrument om delinquenten die hun daden mede hebben gepleegd vanwege een geestelijke afwijking, in gevangenschap trachten te genezen. In beginsel moeten veroordeelden eerst hun reguliere celstraf uitzitten voordat aan een behandelprogramma mag worden begonnen. De rechter kan in bepaalde gevallen hiervan afwijken, omdat bijvoorbeeld de stoornis erg urgent is of gevangenisstraf geen toegevoegde waarde heeft. 
Voor alle gedetineerden geldt dat zeer voorzichtig moet worden omgesprongen met verlof. Wanneer verlof wordt verleend, moeten de juiste voorzorgsmaatregelen genomen worden, eventueel met behulp van technieken als een enkelband of knieslot.
In het strafproces, tijdens detentie en na vrijlating moeten nabestaanden of slachtoffers voldoende betrokken worden, en door justitie en politie te allen tijde op de hoogte gehouden worden van ontwikkelingen, uitvoer van de straf en eventuele vrijlating of verloven.

Opsporing en defensie  
Voor een goed werkende opsporing is samenwerking lokaal, nationaal en internationaal noodzakelijk. Nationaal moeten de politiekorpsen onderling gegevens delen, en moeten overheidsinstanties samen optrekken om criminaliteit op te sporen.
DNA, vingerafdrukken en dergelijke zijn effectieve hulpmiddelen bij het opsporen van daders. Hiermee moet wel zeer voorzichtig worden omgesprongen. Voor de JOVD is niemand schuldig voordat de rechter hierover heeft geoordeeld. Databases met DNA, vingerafdrukken of andere gegevens van alle Nederlanders zijn dan ook uit den boze. Deze zeer persoonlijke informatie mag alleen worden opgeslagen nadat een veroordeelde elke beroepsmogelijkheid heeft kunnen benutten en enkel in geval van een vrijheidsstraf van minimaal 6 maanden.
Cameratoezicht levert slechts een beperkte bijdrage aan de effectieve veiligheid, en is een behoorlijke inbreuk op de privacy. De JOVD vindt daarom dat het onwenselijk is om cameratoezicht in te zetten.  

Politiële en justitiële samenwerking binnen de EU en daarbuiten 
De JOVD erkent dat politiële en justitiële samenwerking binnen de EU en daarbuiten noodzakelijk is om internationale criminaliteit, zoals internetfraude en criminaliteit door buitenlandse bendes, aan te pakken. Dit wordt ondersteund mits dergelijke initiatieven verenigbaar zijn met de fundamentele rechten van de EU onderdanen, zoals omschreven in het handvest van de Grondrechten van de EU en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De JOVD vindt oprichting van een Europees Openbaar Ministerie onwenselijk en ziet meer in de versterking van Eurojust, het orgaan binnen de EU waarin lidstaten samenwerken op justitieel gebied. 

Privacy
 
Het recht op privacy en op bescherming tegen een te nieuwsgierige overheid staat in Nederland en daarbuiten al jaren onder druk door een zucht naar veiligheid en controle. Voor de JOVD gaat privacy boven (schijn)veiligheid. Veiligheid, laat staan absolute veiligheid, is niet te garanderen, ook niet door steeds meer gegevens van burgers te verzamelen en burgers steeds meer te volgen. 
Bepaalde ontwikkelingen, zoals het ontstaan van een database met DNA en vingerafdrukken van iedere Nederlander en het op grote schaal opslaan van (tele)communicatie gegevens zijn zorgwekkende ontwikkelingen die gevaarlijk zijn wanneer de gegevens per ongeluk op straat komen te liggen of wanneer ze in de handen komen van kwaadwillenden, zoals een verkeerde regering, die de vrijheden van het individu niet respecteert. Daarnaast staan deze ontwikkelingen principieel haaks op het uitgangspunt dat de staat van en voor de burger is, en niet omgekeerd.
Wetten die de privacy of andere burgerrechten inperken moeten, wanneer zij al aangenomen worden, standaard aflopen na vijf jaar en onderworpen worden aan een evaluatie van nut en noodzaak. Dit geldt eveneens met terugwerkende kracht voor de na 2001 ingevoerde terrorismewetgeving.Ook privacyschending door organen anders dan de overheid dient nauwlettend in de gaten te worden gehouden. Het moet bedrijven of organisaties slechts onder strikte voorwaarden mogelijk zijn om privacygevoelige informatie te delen, verkopen of te koppelen. Het moet consumenten te allen tijde duidelijk te zijn wat er met de door hun verstrekte gegevens gebeurt.  

Privacy binnen de Europese Unie  
Op diverse beleidsterreinen waarbinnen de Europese Unie actief is, is er een gapend conflict aan het ontstaan tussen veiligheid en privacy. Samenwerking op het gebied van Eurojust, grensmanagement, passagierscontrole, nieuwe visasystemen en meer volgen elkaar de laatste tijd erg snel op binnen de EU. De JOVD vraagt zich af of met het invoeren van deze nieuwe maatregelen, zoals het opslaan van persoonsgegevens, fundamentele burgerlijke vrijheden wel voldoende worden gewaarborgd. Het uitvaardigen van Europese richtlijnen met betrekking tot dataopslag op nationaal niveau gaat veel te ver. De JOVD vindt dan ook dat de EU zorg moet dragen voor en betere bescherming van persoonsgegevens door het terugdraaien of aanpassen van bovengenoemde besluiten.  

Preventie
    
Voorkomen is beter dan genezen geldt onverkort voor criminaliteit. Hieraan dragen behalve hoge straffen, een effectief opsporingsapparaat en het afnemen van criminele winsten en goederen, ook het begeleiden van criminelen die hun straf uitzitten of hebben uitgezeten.
Gedetineerden moeten tijdens hun gevangenisstraf worden voorbereid op een terugkeer in de maatschappij en op werk. Dit houdt ook in dat zij cursussen of een opleiding moeten kunnen volgen. Na detentie moeten zij actief begeleid worden, en moet de mogelijkheid bestaan om snel in te grijpen, zeker wanneer zij vaker veroordeeld zijn geweest. De rechter zou in dit geval een vorm van verplichte begeleiding na detentie kunnen opleggen voor een langere periode. 
Jongeren die op het slechte pad raken moeten verplicht kunnen worden om een behandeling te volgen, en moeten ook uit het gezin kunnen worden geplaatst. Ook wanneer zij in de tussentijd meerderjarig worden moet de behandeling worden afgemaakt. Het is de taak van de overheid om te zorgen dat deze jongeren klaar worden gestoomd voor een tweede kans en een leven buiten de criminaliteit. Tijdens de detentie moet er dan ook veel aandacht zijn voor scholing en resocialisatie. Na het uitzitten van de straf moeten zij intensief begeleid worden, en moet er direct worden ingegrepen wanneer een jongere weer dreigt af te glijden. Hierin investeren is essentieel om te voorkomen dat zij de maatschappij later voor nog meer kosten laten opdraaien.  

Terrorisme  
Nederland wordt bedreigd door religieus en cultureel geïnspireerde terroristen van binnen en buiten Nederland. Daarnaast bestaat er ook dreiging van groepen niet-religieuze terroristen, zowel extreem links als -rechts. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, de AIVD, speelt een belangrijke rol in het voorkomen van terrorisme binnen en buiten Nederland en het opsporen en monitoren van gevaarlijke individuen of organisaties in de samenleving. Die belangrijke rol brengt wel grote verantwoordelijkheden met zich mee. Het naleven van deze verantwoordelijkheden wordt verzekerd door een strenge controle van de diensten door parlement en regering.
Hoewel er alles aan gedaan moet worden om terrorisme te voorkomen, betekent dit niet dat burgerrechten met voeten getreden mogen worden. Wij moeten ons beseffen dat absolute veiligheid niet bestaat, en dat op sommige punten een keuze moet worden gemaakt tussen (schijn)veiligheid en privacy. Voor de JOVD blijft privacy het hoogste goed.