Integratiesymposium

Verslag van het Integratiesymposium

Op zaterdag 2 oktober organiseerde het Politiek Commissariaat Integratie van het JOVD Integratiesymposium. Hoe zit het met de islam en met moslims in Nederland? Wat doet Nederland goed en wat kan Nederland leren van andere landen? Welke struikelblokken moeten allochtone Nederlanders overwinnen op de werkvloer? Hoe kan radicalisering tegengegaan worden? Op al deze vraag is een antwoord gegeven tijdens vier zeer interessante sessies, waarin vanuit specialistische hoek de aanwezigen inzicht werd gegeven op de betreffende vraagstukken.

Hieronder volgt een kort inhoudelijk verslag, zoals opgesteld door Max Veenstra, lid van de JOVD denktank Samenleving & Integratie. Als er vragen, opmerkingen of suggesties zijn, dan kunnen die gemaild worden via dominik.flikweert@jovd.nl. 



Sessie 1: Is
lam in Nederland
met Umar Mirza, hoofdredacteur van “Wij blijven hier”

Umar Mirza gaf een illustratie over het verschil tussen moslims en islamieten, waarbij een korte discussie voortvloeide over de aard van de islam. Tevens kwam naar voren dat de Nederlandse bevolking voor ongeveer 5% tot 6% uit moslims bestaat, goed dus voor zo’n 700.000 personen. Dit zijn over het algemeen immigranten uit de ‘nieuwere’ moslimlanden: onder andere Turkije, Marokko. Deze islamitische landen zijn 'nieuwe' moslimlanden, omdat daarvoor het grootste deel van de moslims in Nederland uit Suriname en Indonesië kwam. De islam is institutioneel gezien erg individualistisch, er zijn verscheidene minderheden binnen de religie. Echter, cultureel gezien lijkt de islam erg collectief en dit lijkt een paradox: Het onderscheid wordt gemaakt door mensen zelf, ieder individu geeft uiteindelijk zelf voorkeur aan de uitleg van zijn of haar geloof en in de mate diegene de Koran uitlegt/letterlijk neemt, je kunt niet eenduidig spreken van één praktiserende groep mensen.

Bij het onderwerp moslims en andere minderheden kwam naar voren dat het overgrote deel tegen het praktiseren is van haat jegens minderheden(zoals homo’s), in tegenstelling tot wat er in de media circuleert. Ook is er in Nederland sprake van een andere manier van integreren, als je dit vergelijkt met bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Daar is een totaal andere bevolkingsgroep naartoe gekomen, namelijk de hogere sociale klasse. Nederland heeft vooral laagopgeleide immigranten mogen verwelkomen, en dat verklaart natuurlijk ook een deel van de huidige problematiek. Het is de verantwoordelijkheid van de moslimgemeenschap zelf om excessen aan te pakken, en dit gebeurt dan ook in toenemende mate.

Moslims en radicalisering: Als het om radicalisering gaat, hebben we het vaak over intelligente, maatschappelijk gefrustreerde jongeren, (mogelijk slachtoffers van de integratieparadox) die mede door het idee van deze (vermeende) maatschappelijke uitsluiting, ontvankelijk zijn voor radicale ideeën. Umar Mirza stelde ook het verschil aan de kaak tussen orthodoxie en radicalisering. Orthodoxie is verbonden aan religie, radicalisering aan sociale frustratie. Islamisering is volgens Umar Mirza niet de schuld van praktiserende, orthodoxe moslims, maar door media en personen als Geert Wilders, die het probleem enkel groter maken dan dat het is. Er wordt teveel naar typerende symbolen gekeken en geïnterpreteerd, echter de echte heil zit in samenwerking, en om nuance in de discussie te brengen om problemen op te lossen.

Sessie 2: Sociale deelname en uitsluiting

met prof. dr. Karen van Oudenhoven–van der Zee, hoogleraar Organisatiepsychologie, Culturele diversiteit en Integratie aan de Rijksuniversiteit Groningen

Mevrouw Van der Zee maakte reeds duidelijk dat quota instellen om te streven naar diversiteit binnen organisaties niet bleek te werken. De paradox die heerst in organisaties, zoals met name het Rijk, is dat er een tendens lijkt te zijn van het streven naar individualiteit en het toch onderdeel uitmaken van een organisatie. Het is echter wel gebleken dat in een situatie waar mensen zichzelf kunnen zijn, het beleid van toebehoren en individueel zijn, lonend is. Communicatie werkt als spilfiguur binnen de problematiek, waarin mensen zich niet vertegenwoordigd, dan wel op hun plaats voelen binnen een organisatie.

Antidiversiteit is vaak gebaseerd op angsteigenschappen. Diversiteit is vaak gebaseerd op emotionele evenwichtigheid, het los van angst zijn en flexibiliteit. Deze eigenschappen zijn deels genetisch bepaalbaar en derhalve erfelijk. Het zien van kansen vergt ook een aantal eigenschappen, zoals empathie, open-mindedness, initiatief nemen en zaken die aan te leren blijken zijn.

Een diversiteitsbevorderend klimaat bestaat uit niet te veel regels, een bepaalde mate van onzekerheidstolerantie, niet te veel gedragsvoorschriften en waardering voor verschillen. Over het algemeen kan worden gezegd dat het leren van/door integreren het beste is voor het bevorderen van diversiteit. De organisatie bevordert leren, integreert als team en weet op deze manier in te spelen op veranderingen, zich dus aan te passen aan de omgeving. Dit kan dus worden opgevat als resultaatgericht onderzoek. Ook hier weer is van belang de openheid in verschil, die zorgt voor een sterke mate van veralgemenisering, niet met als gevolg dat je uniformiteit creëert, maar ruimte geeft aan diversiteit en derhalve participatie wordt bevorderd.

Sessie 3:
Nederland versus Duitsland
met dr. Nico Landman, islamoloog aan de Universiteit Utrecht, en Aydin Akkaya, voorzitter van het Inspraakorgaan Turken in Nederland

Nico Landman gaf een vergelijking tussen Nederland en Duitsland op het gebied van immigratie, integratie en tolerantie met betrekking tot moslims. Los van de feitelijkheden die naar voren kwamen, werd duidelijk dat de ruimte die de islam krijgt in Nederland groter is dan in Duitsland, maar dat er met name , in tegenstelling tot Duitsland, sinds 11 september 2001 in Nederland een verharding jegens de islam is ontstaan, daar waar in Duitsland met name het dialoog is getracht te bevorderen. Echter, absoluut gezien is Nederland toleranter tegenover de islam in vergelijking met Duitsland, maar hierin zit hoogstwaarschijnlijk een verandering aan te komen, vanwege het salonfähig worden en de opkomst van de PVV in Nederland.

Aydin Akkaya geeft aan dat naar schatting zo’n 40% van de Turken in Nederland tot de alevitische stroming binnen de islam behoort. Ook gaf hij een mooie samenvatting van de Nederlandse integratie- en immigratiegeschiedenis. Daarbij stelde hij voornamelijk dat iedereen, dus overheid en gemeenschap zelf, problemen dienden vast te stellen, voorkomen en op te lossen. Daarbij heeft iedereen vroeger wel eens tekort geschoten. Verharding van de discussie zou ook wel eens kunnen leiden tot het feit dat mensen zich terug in hun schulp zouden kunnen trekken, en op deze manier zal dit niet ten goede van de discussie kunnen komen. Het gaat om de houding die mensen uitstralen, die vaak tekenend en bepalend is voor de discussie.

Uiteindelijk kwamen de twee heren tot een gezamenlijke conclusie. Wat is integratie nu eigenlijk? In de jaren ’90 van de vorige eeuw leek het te betekenen: wonen, werken, weten (denk aan scholing). Nu lijkt het integratievraagstuk meer tot ‘assimilatie’ te zijn verworden. Wat echt werkt, is nuance in het debat, want de Koran wordt door iedere islamiet in meer of mindere mate gepraktiseerd, of in andere mate uitgelegd. Ook wordt er vaak veel te kort door de bocht geoordeeld, door met name de media.

Sessie 4:
Radicalisering
met dr. Rob Witte, verbonden aan de Universiteit Tilburg en onderzoeker bij IVA Beleidsonderzoek en Advies, en Steven Lenos, consulent bij Nuansa, Kennis- en Adviescentrum Polarisatie en Radicalisering van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Het kwam er uiteindelijk op neer dat bij het beginnende radicalisme de beste remedie nog een datingservice kon zijn. Radicalisme kan het beste voorkomen worden door verhelpen, en een zero-tolerance beleid helpt minder. Sinds 11 september 2001 heerst er in Nederland het zogenaamde veiligheidsperspectief, waar monitoring centraal staat. De beste manier om (met name beginnende) radicalisering van mensen aan te pakken, is het zorgperspectief. Vaak zijn het mensen met een identiteitsprobleem, die bovendien erg dogmatisch in het leven staan en vaak ook erg in de problemen zitten. Vaak is radicalisering een vluchtweg om aan de realiteit van het leven te kunnen ontkomen. Veel problemen worden door de media in het leven geroepen, en dit heeft vaak een averechts effect. Bij het laatstgenoemde gaat het natuurlijk niet om grote terreurcellen, echter voorkomen is natuurlijk altijd beter dan genezen.