Denkwijze rond provinciale herindeling dogmatisch

De manier waarop heden ten dage naar provinciale herindeling wordt gekeken, is mijns inziens niet erg productief. Aan de ene kant heb je conservatieve partijen, die willen dat de provinciale indeling blijft zoals die is, aan de andere kant heb je progressieve krachten die de provincies à la française willekeurig willen samenvoegen tot vier hoofdprovincies (Noord, Oost, Zuid en West).
 
Door: Emiel Klaphake*
 
Dan hebben we het niet over het takenpakket van de provincies, waarover men het binnen het hele politieke spectrum wel eens is. Namelijk, dat de provincies nu taken uitvoeren die daar niet thuis horen of die simpelweg overbodig zijn. Het zwaartepunt van de provincie ligt begrijpelijkerwijs bij de gemeenteoverschrijdende planologische activiteiten, en dit is dan ook waar de provincie zich volledig op dient te concentreren. Wat betreft provinciale herindeling leidt dit tot een aantal mogelijk interessante conclusies. Een daarvan zou kunnen zijn dat men grenzende provincies met dezelfde planologische problemen (zoals files) zou kunnen samenvoegen. Dit heeft onder andere tot het idee van een Randstadprovincie geleid.
 
Persoonlijk sta ik daar positief tegenover: een dergelijke provincie zou zaken als files, de indeling van het groene hart, etc. veel beter in één praatbarak kunnen regelen dan in 3 of 4 apart (of nog erger, met deze 3 of 4 en dan nog een extra orgaan wat het onderlinge gesprek moet regelen). Het fuseren van deze provincies levert economisch gezien veel voordelen op, de besluitvorming past beter bij de noden van deze gebieden apart, en het aantal ambtenaren kan aanzienlijk worden verminderd.
 
Veel mensen zullen opwerpen dat een dergelijke provincie de andere provincies zal dwergen: louter qua inwoners klopt dit natuurlijk, maar provincies hebben een erg afgebakende hoeveelheid bevoegdheden, en van onderlinge concurrentie is niet of nauwelijks sprake. Nederland kent immers geen districtenstelsel waarbij de ene provincie de andere zou kunnen overheersen. Vraag is nu: waarom zou men dit niet ook op andere provincies toepassen?
 
Wel, in het geval van de Randstadprovincie zie ik geen onoverbrugbare culturele verschillen. Hierbij ga ik uit van de inherente waarde van een provincie, als representatie van een culturele eenheid (belangrijkste voorbeelden zijn Friesland en Limburg, die ook een uitgebreid beleid voeren m.b.t. cultuurbehoud). Deze historisch-culturele waarde is daarbij nauw verwant aan het democratische gehalte van dergelijke plannen. Het zou kunnen zijn dat men in de Randstadprovincies bij een referendum niet genoeg stemmen haalt voor een fusie van de provincies in kwestie. Indien dit het geval is, kan men dat voor provincies als Limburg en Friesland met hun aangrenzende provincies al helemaal vergeten. Vraag is überhaupt, of de fusie van bijvoorbeeld de noordelijke provincies planologisch gezien winst oplevert. Friesland en Groningen kampen met verschillende problemen, en Drenthe, met diens torenhoge vergrijzing, al helemaal.
 
Samengevat, bij dogmatisch kijken naar de herindeling van de provincies is niemand gebaat. De zaken hardnekkig houden zoals ze zijn, zoals conservatieven willen, leidt tot onnodig veel praten en teveel kosten. Aan de andere kant houdt het willekeurig samenvoegen van provincies, zoals progressieve partijen willen, veel te weinig rekening met de belevingswereld van mensen die in de provincies leven. De drie zaken waarmee dus rekening gehouden moet worden als men met een plan voor provinciale herindeling op de proppen komt, zijn:
 
-        Wordt de besluitvorming beter als twee of meer provincies worden samengevoegd?
-        Bespaart het geld?
-        Wil de bevolking in de betreffende provincies het?
 
Met dit in het achterhoofd besluit ik, dat de provincies van de Randstadsteden prima één provincie zouden kunnen vormen. Hetzelfde geldt naar mijn mening voor Gelderland en Overijssel.
 
* Emiel Klaphake is Vice-voorzitter Organisatie.