Nieuws : Niet lichtvoetig met privacy!

Op 20 mei werd er in de Tweede Kamer gestemd over de Wet Bewaarplicht Telecommunicatiegegevens. Deze wet moet zorgen voor de implementatie van de Europese Richtlijn Dataretentie, waarin is vastgesteld dat EU-landen de communicatiegegevens van hun burgers (e-mail, telefoon, internet, sms etc.) gedurende minimaal 6 maanden of maximaal 2 jaar moeten bewaren, in het Nederlandse geval 12 maanden.

De richtlijn is bedoeld als wapen in de strijd tegen het terrorisme en zou het de opsporingsdiensten makkelijker maken terroristische dreiging eerder in het vizier te krijgen en bovendien een groter inzicht te verschaffen in terroristische netwerken. Natuurlijk kunnen de gegevens ook voor andere opsporingsdoeleinden gebruikt worden. Deze vorm van door Europa gelegitimeerde en door de overheid binnenkort bekrachtigde datamining krijgen wij nu ook in Nederland.

Dit is een zeer duidelijk voorbeeld van een privacyschendende maatregel die de veiligheid ten goede moet komen. Het recht op privacy is een zeer belangrijke waarborg van de democratie. Het beschermt de burger tegen de willekeur van de overheid. Wanneer de privacy op een dergelijke manier wordt geschonden, zoals bij de WBT het geval is, dient er een substantieel gevaar te zijn dat opgelost kan worden met de betreffende maatregel. Alleen in dat geval is de overheid gerechtigd de privacy van de burger in zulke mate te schenden.

Is er sprake van een substantieel gevaar? WBT maakt het bestrijden en opsporen van terroristen zogenaamd makkelijker. Maar is het terrorisme zo’n grote bedreiging voor de Nederlandse veiligheid en rechtsorde, dat het een substantieel of zelfs existentieel gevaar genoemd kan worden? Nee. Het gevaar van het terrorisme schuilt in het gebruiken van dreiging of geweld om maatschappelijke verandering of politieke doelen te verwezenlijken. In het specifieke geval van het Islamitisch terrorisme gaat het om het ontwortelen van de liberale Westerse democratische rechtstaat, met waarden als vrijheid, gelijkheid, scheiding van kerk en staat en rechten als vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy. Wanneer door terroristische dreiging aan het recht op privacy gemorreld wordt, is dit dus een direct toegeven aan de doelen van het terrorisme. Ditzelfde terugtrekken van Westerse verworvenheden door externe dreiging zien we tegenwoordig overigens ook bij de vrijheid van meningsuiting, maar dat is een andere zaak. Wanneer het terrorisme wordt bestreden met de middelen die onze liberale rechtstaat ons ter beschikking heeft gesteld, zal het niet in staat zijn onze stabiele orde te doen schudden. Terrorisme overwin je met keihard optreden, binnen de grondwettelijke kaders, het vasthouden aan je eigen waarden en een rechte rug houden.

Er is dus geen sprake van een substantieel gevaar, en derhalve mag men stellen dat de WBT buitenproportioneel is. Het is ongehoord de privacy van de burger zo grof te schenden zonder dat daar iets tegenover staat. Er zijn nog meer bezwaren tegen de ERD en WBT. Het is nooit bewezen dat dit soort datamining meer voordelen dan nadelen kent. Over het nut valt te twijfelen. Geen enkel onderzoek heeft de noodzaak of effectiviteit van een dergelijke maatregel kunnen bewijzen. Daarnaast lijken de wet en de richtlijn in strijd te zijn met enkele internationale verdragen en constituties. Zo staat in artikel 17 van het VN Verdrag van Burgerlijke en Politieke Rechten dat niemand mag worden onderworpen aan willekeurige of onwettige inmenging in zijn privéleven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling, noch aan onwettige aantasting van zijn eer en goede naam. Ook zijn de ERD en WBT strijdig met artikel 8 van het EVRM. In de Nederlandse grondwet lijkt overigens wel enige ruimte te bestaan.

De WBT brengt torenhoge kosten met zich mee. Degenen die hiervoor gaan opdraaien zijn de providers, die van de overheid de gegevens moeten gaan bewaren. Zij betalen voor onze door de overheid opgelegde schijnveiligheid. Kijk dus niet raar op als je kosten voor telecommunicatie en internet binnenkort omhoog gaan. Van de gegevens die moeten worden opgeslagen door internetproviders is 95% spam. Dit wordt dus voor veel geld volkomen nutteloos bewaard, en zorgt er ook nog eens voor dat het zoeken naar nuttige informatie door de opsporingsdiensten extreem moeilijk wordt. Zoeken naar een speld in een hooiberg, noemen ze dat.

Ik ben dus tegen de WBT en opslag van verkeersgegevens door de overheid (of andere organisaties) op welke wijze dan ook. Er zijn nog twee zaken waarvan ik erg geschrokken ben. Ten eerste, het feit dat het kabinet twee keer boven de minimumtermijn van 6 maanden opslag wil gaan zitten: 12 maanden dus, en in eerste instantie was het zelfs de bedoeling een termijn van 18 maanden aan te houden. Dit wordt bovendien gesteund door de liberale VVD, die zelfs tot 2 jaar wil gaan. Willen wij dat dit in Nederland daadwerkelijk gebeurt? Ten tweede, dat de discussie over de strijd tussen veiligheid en privacy vrijwel niet speelt in ons land, en de media aan de WBT bijna geen aandacht heeft besteedt? Maakt het ons niets uit wat er met onze privacy gebeurt?

Ik hoop dat we in Nederland gaan beseffen dat privacy een groot goed is. Een door de eeuwen heen verworven recht, dat de burger beschermt tegen vele nare dingen, zoals overheidswillekeur of –misbruik. Dit mogen we nooit en te nimmer lichtvoetig inruilen voor opgelegde schijnveiligheid. En dat laatste mogen jullie opslaan.

 

***Dit stuk verscheen eerder in afdelingsblad "Conscientia" van de JOVD Utrecht e.o.***






Reageer snel!




Naam:

Email:




neem de code hierboven over


Let op dat alle velden ingevuld moeten worden!



Klik hier voor het nieuwsarchief