Het vraagstuk van homoseksualiteit ligt op de eilanden anders dan in Nederland. Sinds de invoering van het homohuwelijk in 2001 staan de landen op gespannen voet moet elkaar over de erkenning en de rechtsgevolgen. Afgelopen zomer is opnieuw een zaak aan de rechter voorgelegd. Het is nu tijd om ook een politiek oordeel te geven. Uitgangspunt voor het Koninkrijk is de verwezenlijking van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden (artikel 43, Statuut). De staat heeft als taak om de rechtsgelijkheid tussen burgers te waarborgen. Onderscheid naar seksuele voorkeur in het burgerlijk recht moet uit het Koninkrijk te worden verbannen. Homo’s en lesbiennes moeten overal in het Koninkrijk kunnen trouwen.
Deze zomer heeft een rechter in Willemstad uitspraak gedaan in een nieuwe kwestie. Hoewel de Hoge Raad al eerder heeft besloten dat in Nederland getrouwde homoparen als getrouwd koppel erkent moeten worden voor de Antilliaanse en Arubaanse Burgerlijke Stand door inschrijving in het bevolkingsregister. De erkenning van een huwelijksakte binnen het hele Koninkrijk is daarmee een feit. De kwestie van afgelopen zomer heeft dan ook niet betrekking op de erkenning, maar op de rechtsgevolgen. “De erkenning van de huwelijksakte houdt tevens erkenning in van de rechtsgevolgen van de huwelijksakte,” aldus de rechter in Eerste Aanleg. De Antilliaanse minister Leeflang (Volksgezondheid, PAR) heeft kort na de uitspraak aangekondigd in hoger beroep te gaan. Het is voor haar een principe kwestie. Volgens het Antilliaans Burgerlijk Recht is een huwelijk een monogame verbintenis tussen een man en een vrouw. Volgens de minister is “een huwelijk tussen personen van gelijk geslacht niet maatschappelijk geaccepteerd.“ De minister slaat de plank volledig mis. Het huwelijk is een juridische verbintenis tussen verliefde mensen. Hun geslacht mag daarbij nooit een rol spelen. Een huwelijk is een ultieme liefdesverklaring van trouw en loyaliteit aan elkaar. De cruciale vraag, die de minister ook stelde, is natuurlijk of de Nederlandse Antillen en Aruba altijd de Nederlandse wetgeving moeten volgen. “Moeten we straks abortus waarvoor we niet gekozen hebben, euthanasie waarvoor we niet gekozen hebben, en allerlei andere landelijke wetten uit Nederland aanvaarden?, ” zei minister Leeflang voor de Wereldomroep op 22 juli jl. Een terechte vraag. En voor de twee genoemde ethische kwesties heeft de minister gelijk. Het is een vraag over leven en dood. Echter het homohuwelijk is van een geheel andere orde. Gelijke rechten tussen burgers – of ze nu hetero of homo zijn – moet altijd voorop staan. Ook in een samenleving waarin een meerderheid afkerend is tegen een bepaalde levensstijl moet het recht de gelijkwaardigheid waarborgen. Het ontmantelingsproces van het land de Nederlandse Antillen is in volle gang. Curaçao en Sint-Maarten worden een land binnen het Koninkrijk. Ze krijgen een status aparte, zoals Aruba in 1986. De kleine eilanden – Bonaire, Saba en Sint-Eustatius – worden een bijzonder openbaar lichaam binnen het Nederlandse staatsbestel. Deze nieuwe positie betekent dat Nederlandse wetgeving gaat gelden op eilanden. Staatsecretaris Ank Bijleveld (Koninkrijksrelaties, CDA) zei tijdens een verblijf op Bonaire “Het is niet ons plan om uw cultuur hier weg te nemen, maar als u op termijn alle Nederlandse wetten gaat invoeren dan horen deze [wetten over o.a. abortus, euthanasie en homohuwelijk, BvA] daar ook bij” (Müller, NRC Handelsblad, 23 juli 2008). Het is nu al duidelijk dat het één op één kopiëren van alle Nederlandse wetten onmogelijk is door onder andere sociaal-economische, fysieke of klimatologische verschillen. Hoewel er culturele verschillen bestaan, kan en mag dit nooit een grond voor afwijkende wetgeving. Invoering van dergelijke wetgeving op de BES-eilanden kan niet zonder een maatschappelijk debat en goede voorlichting, maar dient wel bij de overgang naar een nieuwe status te worden geregeld. Het is makkelijker gezegd dan gedaan. Culturele verschillen overbruggen kost tijd, maar soms moet men het proces bespoedigen. Ik roep dan ook de Nederlandse politici op om tijdens het volgende Parlementair Overleg Koninkrijksrelaties (POK) het onderwerp gelijke rechten voor homo’s en lesbiennes op de agenda te zetten. Een debat onder volksvertegenwoordigers moet de aftrap zijn naar een maatschappelijk debat over het homohuwelijk binnen het Koninkrijk. Trouwen met een partner naar keuze is een fundamenteel menselijk recht.
Reacties op deze weblog zijn meer dan welkom. Politiek Commissaris Boris van Arnhem gaat graag de discussie aan. Stuur reacties naar boris.van.arnhem@jovd.nl.
|