Februari 2019: Behoud van vreugdevuren

Behoud van vreugdevuren

Auteur: Daan Verbaan, Commissie Politiek

 

Zoals elk jaar, vond er op 31 december een wedstrijd plaats tussen Duindorp en Scheveningen met als doel om het grootste vreugdevuur te bouwen, en eveneens het wereldrecord te verbeteren. Het is een traditie te noemen, die haar oorsprong vindt in 1990. Echter, het Scheveningse vreugdevuur escaleerde dit jaar, met als gevolg een vonkenregen. Het jaarlijkse evenement heeft daarmee behoorlijk wat stof laten opwaaien – en is nu het punt van een lokale én landelijke discussie geworden. De vraag blijft natuurlijk: waarom een vreugdevuur?

 

Het concept van twee centrale vreugdevuren was initieel bedacht als oplossing voor de vele vechtpartijen die uitbraken in verschillende Haagse buurten door het “kerstboom rausen”, waar verschillende groepen de straat op gingen om kerstbomen te bemachtigen. De situatie was compleet oncontroleerbaar doordat de vuren verspreid waren door heel Den Haag. Het idee was dus om de verschillende kleinschalige vreugdevuren te beperken tot twee locaties, waar twee groepen de strijd konden aangaan om het grootste vreugdevuur te bouwen. Scheveningen-Dorp bouwt zijn vuur op het Noorderstrand, Duindorpteam op het Zuiderstrand.

 

Mede hierdoor pleit ik voor het behoud van de twee vreugdevuren. Het idee dat een verbod op de twee centrale vreugdevuren het complete ontstaan van vreugdevuren zou beëindigen is op zijn positiefst gezien optimistisch. De vreugdevuren zullen evenals vroeger, terug de wijken in trekken. Het zal daarbij moeilijk worden om deze verschillende vuren te controleren. Als Den Haag zouden wij daarom moeten focussen op betere en consistente controle van de vreugdevuren en vooral in gesprek moeten gaan met de organisatoren. De veiligheid van zowel de omstanders als wijkbewoners zou daarbij prioriteit moeten krijgen. Door twee vuren te reguleren in plaats van verbieden, kunnen we ervoor zorgen dat er adequate controle blijft op de twee vreugdevuren. Afgelopen jaar ging dat helaas mis, maar in hoeverre rechtvaardigt dat een verbod? Men moet blijven beseffen dat de twee centrale vreugdevuren een oplossing zijn; een oplossing die relatief goed heeft gewerkt. De schade is door verschillende maatregelen gehalveerd, ten opzichte van de jaren waarin men zich bezighield met “kerstboom rausen”, meldde VPRO in 2017.

 

Verschillende tegenargumenten zijn al genoemd tegen de vreugdevuren wedstrijd. Eén daarvan is dat het concept van twee grote vreugdevuren gevaarlijk zou zijn voor omstanders en de buurt in het algemeen. De vonkenregen had uiteraard kunnen uitlopen op een zeer gevaarlijke situatie, en het is een wonder dat er uiteindelijk geen sprake was van grootschalige schade. Een ander helder tegenargument is dat de twee grote vreugdevuren niet te verantwoorden zijn in een tijd dat Nederland zo gefocust is op het verminderen van haar CO2-uitstoot.  

 

Het eerste argument heeft een kern van waarheid. De twee vreugdevuren kunnen een acuut gevaar vormen voor de omringende wijken. Echter, we moeten wel realistisch kijken naar de alternatieven. Tijdens het “kerstboom rausen” van de vroegere jaren, was de veiligheidssituatie minder controleerbaar, en daardoor gevaarlijker. De vreugdevuren vonden toen plaats op kruispunten, straateindes en simpelweg op de straat. Een vuur wat dan oncontroleerbaar wordt, kan gelijk negatieve effecten hebben op omwonenden, bijstanders en publieke eigendommen, zoals wegen, straten en lantaarnpalen.

 

Daarentegen, de CO2-uitstoot zal wel meevallen. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is het grotendeel van de uitstoot van vreugdevuren fijnstof. De verschillende vreugdevuren door heel Nederland zijn verantwoordelijk voor 0,5% van de uitstoot van fijnstof in een jaar. Vuurwerk is daarbij verantwoordelijk voor 1%.

 

 

Ik pleit daarom voor behoud van beide vreugdevuren. Afgezien van het feit dat de vreugdevuren op Scheveningen en Duindorp niet per se de perfecte situatie leveren, ben ik van mening dat de huidige situatie voordelig is voor iedereen. Ik wens geen herhaling van praktijken die we in de voorafgaande jaren hebben waargenomen met betrekking tot het “kerstboom rausen”, wegens het feit dat dit de situatie volkomen oncontroleerbaar maakt. De uitstoot van fijnstof valt daarnaast mee, volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.