Liberale vrijheden en grondrechten niet onbeperkt, scheiding tussen recht en moraal?

Opiniestuk:
Liberale vrijheden en grondrechten niet onbeperkt, scheiding tussen recht en moraal? 

Door: Vijay Jitan, Bestuurslid Politiek en Voorlichting

 
De maand december staat voor de deur, en dat deed mij denken aan 19 december vorig jaar. De Russische president Vladimir Poetin kondigt gratie aan voor de twee gevangen leden van Pussy Riot. Zij zijn gevangen genomen door de Russische autoriteiten, omdat zij ‘provocerend’ in protest gingen tegen Poeten. Dit toont in ieder geval aan, dat in Rusland de liberale vrijheden en grondrechten van het individu, om zich te verenigen en daarmee ook in protest te gaan niet altijd in bescherming worden genomen. Hoe zit dat eigenlijk met de liberale grondrechten en vrijheden die wij in Nederland kennen?

Martijn
Reist u vooral met mij mee, een stap terug in de tijd toen pedovereniging Martijn in opspraak raakte. De rechtszaak betreffende de vereniging Martijn geeft een klassiek rechtstheoretisch vraagstuk weer. Namelijk, moeten recht en moraal niet van elkaar gescheiden zijn? De liberale grondrechten kennen het individu het recht toe, om zich te verenigen en om tezamen te vergaderen, maar in hoeverre mag de staat bepalen wat de grondslag voor die vereniging is en hoe liberaal is het, om zo een vereniging te verbieden? De levende rechtsovertuiging in Nederland, staat het niet toe dat zo een vereniging in onze maatschappij bestaansrecht heeft. De reden waarmee de rechtbank in Assen de vereniging verbood, werd vooral door morele gronden ingegeven. Het Hof Leeuwaarden heeft derhalve ook, het verbod van de vereniging Martijn ongedaan gemaakt. Het recht werd door het Hof strikt gescheiden van de moraal.

Wettelijke grondslag voor het verbod
Op grond van art 2:20 Burgerlijk Wetboek kan een rechtspersoon worden verboden en worden ontbonden, indien zij in strijd handelt met de openbare orde. Er moet sprake zijn van een handeling die in strijd is met de openbare orde of goede zeden, er moet sprake zijn van een inbreuk op de algemeen aanvaarde grondvesten van ons rechtsstelsel en er moet sprake zijn van een aantasting van de als wezenlijk ervaren beginselen van ons rechtsstelsel en deze moet in alle gevallen uiteindelijk ontwrichtend zijn voor de samenleving. Je kunt politieke partijen als voorbeeld nemen, die via hun verenigingen door middel van de handelingen tot doel hebben om de waarden aan te tasten die ten grondslag liggen aan een democratische rechtsstaat, zoals vrijheid en gelijkwaardigheid.

Verbod door de rechtbank
Het Openbaar Ministerie heeft de rechtbank verzocht om de vereniging Martijn te verbieden, de rechtbank concludeerde dat de werkzaamheden van de vereniging in strijd waren met de openbare orde. Onder werkzaamheden verstaat de rechtbank, daden van de vereniging en of de woorden die de vereniging schrijft, spreekt of bedoeld. De rechtbank heeft artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek, terughoudend getoetst, omdat zij als uitgangspunt heeft genomen dat het recht van vereniging en vrijheid van meningsuiting fundamentele beginselen zijn van de Nederlandse rechtsstaat. Op de website van de vereniging werden er een aantal zaken uitgedragen, zoals het standpunt dat seks met kinderen niet verkeerd is. De vereniging heeft dit ter zitting niet tegengesproken. Daarbij stelt de vereniging zich op het standpunt dat de publicatie van de teksten niet bedoeld is om seks met jongeren goed te praten. De rechtbank stelt in ieder geval wel voorop dat het uitdragen van ongewenste opvattingen op zichzelf nog geen grond is om tot een verbodenverklaring en een ontbinding te komen van een vereniging. Dit zou een aantasting zijn op onze liberale grondrechten en op onze rechtsstaat. De rechtbank geeft daarmee dus aan dat vanuit moreel oogpunt verwerpelijke opvattingen grondwettelijke bescherming genieten. Dit gegeven deed er voor de rechtbank echter niet af, aan de werkzaamheid van de vereniging die inbreuk maakt op de algemeen aanvaarde grondvesten van ons rechtsstelsel. Derhalve heeft de rechtbank de vereniging verboden op grond van de aanvaarde grondvesten van ons rechtsstelsel. Omdat het vanuit moreel oogpunt onwenselijk is als Martijn blijft bestaan en omdat het grootste gedeelte van de Nederlandse bevolking pedofilie sterk afkeurt! Het verbod is dus grotendeels gefundeerd op het moraal van de rechter.

Het Hof
Het hof heeft het verbod  van de vereniging Martijn ongedaan gemaakt. Het hof kent veel waarde toe aan de liberale vrijheid van vereniging en vrijheid van meningsuiting. Zij zien dit terecht als grondbeginsel van de democratische rechtstaat. Hierdoor is het meteen aantoonbaar dat het hof het verschil tussen recht en moraal strikt met elkaar scheid. Wat moreel namelijk verwerpelijk is, kan juridisch bestaansrecht hebben. Het hof zegt namelijk dat verenigingen niet verboden kunnen worden op basis van hun verderfelijke gedachtegoed, tenzij hun handelingen leiden tot een ontwrichting van de samenleving. Volgens het hof was er geen sprake van zulk soort handelingen.

Moraal van het verhaal
Waar wij als liberalen staan in deze discussie is lastig te stellen, omdat de meningen zeker ook onder liberalen erg verdeeld is. Je kunt namelijk stellen, dat ieder individu het recht heeft om een vereniging om te richten en zijn opvatting zonder last en ruggespraak te verkondigen, of je kunt stellen dat je als liberaal ook dient te voorkomen, dat dergelijke verwerpelijke opvattingen ertoe kunnen lijden dat een kwetsbare groep mensen in onze samenleving , namelijk de kinderen doelwit kunnen worden van verwerpelijke pedopraktijken door het toestaan van zulk soort verenigingen. Als liberaal kies ik voor het laatste. De kinderen dienen ten alle tijden beschermt te worden tegen dit soort verenigingen en opvattingen, het deed mij daarom enorm deugd dat de Hoge Raad in 2014 alsnog de vereniging heeft verboden en ontbonden, omdat haar activiteiten in strijd zijn met de openbare orde.  Het baart mij enigszins wel zorgen dat de rechtbank, in beginsel niet alleen meer zuiver juridisch toetst, maar ook de mening van de samenleving laat prevaleren boven het recht. Gegeven dit specifieke geval, was het namelijk ook mogelijk de vereniging te verbieden en te ontbinden op zuiver juridische gronden zoals de Hoge Raad dat heeft gedaan. Als wij het sentiment van de samenleving laten prevaleren in juridische procedures boven het recht dan heeft dat meer weg van de juryrechtspraak in Verenigde Staten van Amerika en daar moeten we zeker niet heen, maar dat is weer een andere discussie.
 
Bijgevoegd een link arrest Hoge raad : http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:948