Maart 2014: In de ban van landelijke politiek of landelijke politiek in de ban?

In de ban van landelijke politiek of landelijke politiek in de ban?

 

 

Deze week kon iedereen bij het programma Pauw & Witteman kijken naar een debat in het kader van de aankomende gemeenteraadsverkiezingen. De zes fractieleiders van de grootste Kamerfracties waren uitgenodigd – en waren, op Geert Wilders na, allemaal aanwezig – om te debatteren. Landelijke kopstukken in een debat op de landelijke televisie over gemeentelijke verkiezingen. Is dat nu wel een goed idee?
 

Als kijker zou ik het idee hebben van niet: het debat verzandde om de haverklap in kritiek van de ene landelijke politicus op het landelijke beleid van een ander landelijke politicus. Die andere landelijke politicus reageerde dan weer met nog meer commentaar op het landelijke beleid van die eerste politicus, of met de onvermijdelijke uitspraak ‘we moeten niet vergeten dat het hier om gemeenteraadsverkiezingen gaat’. De vraag waarom men er überhaupt stond, bleef door de fractieleiders echter ongesteld en onbeantwoord.

 

De NOS is van plan om ook een dergelijk debat met landelijke politici op te nemen in het Haagse stadhuis. Lokale partijen waren hier bepaald niet over te bespreken. Naast de eventuele kosten voor de Haagse burger werd een ander argument geregeld genoemd: het zou de afdelingen van landelijke partijen voortrekken. De lokale partijen zouden immers nooit dezelfde aandacht van de (landelijke) media krijgen. De lokale politici zouden wel uitgenodigd worden, maar blijkbaar als toeschouwer. De een riep op tot een boycot en er werd zelfs gesteld dat de landelijke politici geweigerd moesten worden.

 

Het is echter wel de vraag in hoeverre de landelijke media hierin een duidelijk sturend effect hebben: de opkomst voor gemeenteraadsverkiezingen immers al veel langer laag. De burgers hebben veel meer aandacht voor wat zich afspeelt in de Tweede Kamer dan in de gemeenteraad. De landelijke politiek wordt vele malen meer besproken bij de koffieautomaat of met een borrel in de hand. Dit alles terwijl de gevolgen van de gemeentepolitiek ook zeker niet onderschat moeten worden, of het nu om parkeren, scholen, leefbaarheid of groenvoorziening gaat. Welke partij het voor het zeggen heeft, maakt daadwerkelijk verschil. Nu in het kader van decentralisatie taken op het vlak van sociale zekerheid en zorg overgedragen worden aan de gemeente, wordt dit enkel belangrijker.

 

Dit alles neemt niet weg dat het debat niet bepaald een spektakel was. De fractieleiders konden ook niet veel meer dan elkaar aanspreken op landelijk beleid. Een enkele keer kwam een lokaal thema naar boven, bijvoorbeeld Aldel in Groningen of het woonbeleid in Amsterdam, maar het format leent zich er totaal niet voor dat belangrijke lokale thema’s allemaal uitgelicht worden. Dat maakt ook dat landelijke aandacht voor lokale partijen lastig ligt: als lokale thema’s als het Spuiforum, de Schilderswijk of de Rotterdamsebaan geen aandacht krijgen, kunnen lokale partijen zich ook maar moeilijk profileren.

 

De reactie van lokale partijen op de landelijke aandacht die zich vooral op landelijke partijen richt, is best goed te begrijpen. Tegelijkertijd wil dat niet meteen zeggen dat die reactie terecht is. Het is immers niet zeker hoe de kiezer hierop reageert. Misschien hebben de media een goede zet gedaan door een politiek toneel dat relatief veel aandacht geniet nu te koppelen aan een toneel waar dit minder voor geldt. Misschien profiteren de lokale partijen zelfs als mensen zich gaan verdiepen in wat ze belangrijk vinden voor hun eigen leefomgeving. Misschien is de lijn omhoog ingezet en zal men meer en meer beseffen wat het belang van gemeentepolitiek is. Dan vult men misschien eens een stemwijzer of kieskompas in.

 

 

Ik wens iedereen in ieder geval veel wijsheid toe bij het bepalen van de stemkeuze, welk debat je ook besluit te volgen.

 

Reageren naar aanleiding van dit opiniestuk kan via politiek@jovddenhaag.nl