In de tijd van de verzuiling haalden katholieken hun brood bij de katholieke bakker, stemden liberalen op de VVD en keken socialisten steevast naar de VARA. Anno 2016 is dit natuurlijk totaal achterhaald. Het is dan ook terecht dat minister Plasterk onlangs aankondigde de zondagswet af te schaffen en de Tweede Kamer in debat gaat over het schrapen van religieuze sporen uit de Nederlandse wet. Het is nu hoog tijd om een ander uit de verzuiling overgebleven fossiel, dat nog altijd de maatschappelijke ontwikkeling van Nederlandse kinderen inperkt, ter discussie te stellen: geloofsgebonden onderwijs op kosten van onze “neutrale” staat.

Het geloofsgebonden onderwijs komt voort uit de tijd van de schoolstrijd, een jarenlange politieke strijd tussen liberalen enerzijds en confessionelen anderzijds over de financiering van het geloofsgebonden onderwijs. In 1917 werd deze strijd beslecht. De liberalen bemachtigden de invoering van het algemeen kiesrecht, de confessionelen kregen er belastinggeld voor het religieus onderwijs voor terug.

Sindsdien is de politieke situatie ingrijpend veranderd. Stemrecht voor iedereen is inmiddels rotsvast verankerd in ons land. Waar in 1917 uitruil nodig was, zetelt er vandaag de dag een overweldigende seculiere meerderheid in het Nederlandse parlement en zetelen er geen confessionele partijen meer in het kabinet. Een goede reden voor de VVD om ruim voor de volgende verkiezingen van de situatie gebruik te maken, de schoolstrijd opnieuw te ontketenen en een einde maken aan het subsidiëren van geloofsgebonden onderwijs.

Niet alleen het politieke landschap ziet er bijna honderd jaar na de schoolstrijd anders uit, ook de samenleving heeft zich op alle fronten ontwikkeld. Waar de maatschappij in de tijd van de verzuiling nog statisch en verdeeld was, is de samenleving tegenwoordig dynamisch en divers. De lesstof hoort een weerspiegeling zijn van deze diversiteit. Het op kosten van een neutrale staat onderwijzen van onze jeugd in slechts één specifieke geloofsovertuiging past hier niet bij. Zowel alle grote religies als het atheïsme en humanisme verdienen een plek in het Nederlandse onderwijs, in de vorm van het vak levensbeschouwing.

Daar komt bij dat de taak van een school veel breder is dan het overdragen van kennis alleen. Naast taal, rekenen en bijvoorbeeld aardrijkskunde is onderwijs bij uitstek de plek voor kinderen om zich te ontwikkelen. Op school worden kinderen gevormd. In de klas, op het plein en op het trapveldje naast het schoolgebouw.

Het is natuurlijk nooit goed als deze belangrijke fase in de ontwikkeling van een kind zich afspeelt in een omgeving van kinderen die allemaal in hetzelfde wereldbeeld onderwezen worden. Op de huidige wijze ontwikkelen te veel kinderen zich niet in de samenleving zoals die er eigenlijk uitziet. Dit is niet alleen een probleem in Staphorst en op Urk, maar vooral ook op islamitische scholen in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.

Op deze islamitische scholen staat intolerantie centraal: tijdens het gebed krijgen jongens een hand van de imam, meisjes niet. In de klas hebben docenten steeds meer moeite met geschiedenislessen over de holocaust. De zogenaamde vrijheid van onderwijs werkt op dit punt dus vrijheidsbeperkend: door onze toekomstige generatie op kosten van de overheid op te voeden in hokjes, ingedeeld op basis van religie, creëren we een nieuw soort verzuiling. Een dodelijke cocktail voor een open samenleving en de vrijheid van het individu.

Kinderen horen op school kennis te maken met levensovertuigingen in de breedte, inclusief het atheïsme. De ene week met de hele klas naar een moskee of de synagoge, de andere week leest een juf of meester voor uit de bijbel en weer een week later staat het humanisme centraal. Door op alle scholen het vak levensbeschouwing te integreren, kunnen kinderen zelf de keuze maken om ergens wel of niet in te geloven. Niet de levensovertuiging van ouders, maar de ontwikkeling van het kind hoort centraal te staan op school. Zo wordt het wereldbeeld van onze toekomstige generatie verbreed.

De scheiding tussen kerk en staat is een belangrijk fundament van de Nederlandse samenleving. Om dit fundament eindelijk recht aan te doen is een scheiding tussen kerk en klas van groot belang. Om te voorkomen dat kinderen onderwezen worden in een eenzijdig wereldbeeld en religieuze groepen in de toekomst totaal langs elkaar heen zullen leven, moet er dringend ingegrepen worden. Niet alleen in het belang van ouders of de staat, maar in het belang van onze toekomstige generatie. Daarom is het noodzakelijk dat het huidige systeem, waarin de overheid eenzijdig onderwijs financiert, plaats maakt voor de openbare school waar leerlingen kennis maken met levensovertuigingen in de breedte. Onderwijs is er immers om kinderen te leren dát ze moeten denken, niet wát ze moeten denken.

---

Dit artikel is geschreven door Matthijs van de Burgwal, Landelijk Voorzitter van de JOVD, en is ook te lezen in het Algemeen Dagblad van 14 juni 2016. Klik hier om naar het artikel te gaan.

(Foto: Alamos Basement - CC BY-NC 2.0 - http://bit.ly/1XlgOO4)