Op 14 mei overhandigde de Vereniging van Universiteiten (VSNU) en de Vereniging Hogescholen (VH) een internationaliseringsagenda aan de minister van onderwijs, waarin zij een oproep doen tot het inperken van de internationale toestroom van studenten naar Nederlandse universiteiten. Dit zou ten koste gaan van de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs. Ook de mislukte poging van de Rijksuniversiteit van Groningen om een filiaal in China te openen, is een duidelijk voorbeeld van de verregaande, maar niet altijd nuttige, internationalisering.  Anna de Koning, Politiek Commissaris Onderwijs van de JOVD en Splinter Chabot, de Landelijk Voorzitter van de JOVD, geven aan zich zorgen te maken over deze ‘doorgedraaide verengelsing’.

 

Nederland groeide de afgelopen jaren enorm in populariteit onder internationale studenten en dat is te merken. Inmiddels is 1 op de 6 studenten die studeren aan een Nederlandse universiteit uit het buitenland afkomstig. De JOVD moedigt internationalisering aan, mits het voor een vak of opleiding een meerwaarde heeft en het niet ten koste gaat van de Nederlandse student.
Door de hoge toestroom van internationale studenten worden de kansen van Nederlandse studenten beperkt. Daarnaast worden door de internationalisering plotseling veel opleidingen die voorheen in het Nederlands gegeven werden, gedoceerd in het Engels. Door deze abrupte omschakeling beheersen docenten de Engelse taal vaak niet goed genoeg. Dit resulteert in een daling van de kwaliteit van het onderwijs, waar zowel de Nederlandse als de buitenlandse student onder lijdt.

Daarom roept de JOVD minister Engelshoven op om gehoor te geven aan het advies van het VSNU en de VH, om universiteiten en hogescholen meer ruimte te geven om de stroom van internationale studenten in te perken. Er moet altijd plaats zijn voor de Nederlandse student in de collegebanken, het is immers één van de primaire taken van de Nederlandse overheid om te faciliteren in goed onderwijs voor haar burgers.

In principe is er niets op tegen om een opleiding in het Engels aan te bieden. Echter, sommige opleidingen zullen er geen toegevoegde waarde uithalen wanneer deze plots in een andere taal worden gegeven. Opleidingen zoals Business Economics (Bedrijfskunde) of International Relations lenen zich er goed voor in het Engels gedoceerd te worden. Studies zoals geneeskunde of rechten daarentegen, zullen er geen voordeel uithalen wanneer dit niet langer in het Nederlands aangeboden wordt. Een dokter of advocaat hoeft namelijk geen academisch Engels te spreken om zijn vak goed te kunnen uitoefenen. Er lijkt hier sprake van een doorgeslagen verengelsing. Daarom moet er voor iedere opleiding kritisch gekeken worden of het doceren in het Engels een toegevoegde waarde heeft voor de opleiding zelf. Als dit niet het geval is, vindt de JOVD dat de universiteit of hogeschool de opleiding het beste in het Nederlands kan aanbieden.


De JOVD begrijpt dat internationalisering onderdeel is van globalisering en de toenemende internationale rol van de Nederlandse economie. Het mag echter nooit ten koste gaan van de kwaliteit van het onderwijs en de Nederlandse student. Stel daarom een limiet aan het aantal internationale studenten en biedt alleen Engelstalige opleidingen aan als de docent ook minimaal level C1 Engels beheerst. Op deze manier kan de Nederlandse kenniseconomie optimaal gestimuleerd worden.


Anna de Koning is Politiek Commissaris bij de JOVD en Splinter Chabot is de Landelijk Voorzitter van de JOVD. De JOVD is de politiek onafhankelijke jongerenorganisatie van de VVD.