Nederland vecht. In Uruzgan trekken onze militairen er dagelijks op uit om de bevolking te beschermen tegen de sluipmoordenaars van de Taliban. Wij werken daar aan de basis van een stabiele taat, waarin de Afghanen kunnen leven zonder angst voor de Taliban.

Voor dat doel hebben 21 Nederlandse militairen hun leven gegeven en stellen veel meer soldaten dagelijks hun leven in de waagschaal. Terwijl zij elke dag een onherbergzaam gebied veilig proberen te maken, is er maar bar weinig politieke steun voor onze jongens en meiden.
Het kabinet is niet bij machte om een besluit te nemen over de toekomst van de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan. Dat ze de soldaten daarbij in het ongewisse laten - en demoraliseren - wordt als niet meer gezien dan politieke collateral damage. Deze besluiteloosheid en onzekerheid is slecht voor onze militairen: zij moeten weten waar ze aan toe zijn en waar zij zich op moeten voorbereiden. Er moet snel een antwoord komen op de vraag wat we gaan doen: verlengen of terugtrekken.
En dat antwoord moet zijn: verlengen, want Nederlandse militairen maken Uruzgan veiliger. Het is een moeilijk proces dat veel tijd en energie kost, maar dagelijks wel vruchten afwerpt. Meisjes en vrouwen - die onder de Taliban geen kans hadden op een opleiding of een zelfstandig leven - hebben voor het eerst uitzicht op onderwijs en zelfstandigheid. Dat is een fantastisch resultaat, maar maakt het werk verre van af. Terreur is nog steeds aan de orde van de dag en de opbouw van de staat gaat erg moeizaam. De Amerikaanse generaal McChrystal verwacht zelfs dat zonder nieuwe soldaten het project in zijn geheel faalt.
Onze aanwezigheid in Afghanistan gaat niet alleen om de toekomst van de Afghanen, maar ook over de veiligheid van de rest van de wereld. Afghanistan is niet zomaar een middeleeuwse zandbak, maar een cruciaal slagveld tegen de militante, fundamentalistische Islam. Succes of falen in Afghanistan is geopolitiek doorslaggevend. Een instabiel Afghanistan levert grote gevaren op voor haar buurlanden. Met name voor Pakistan dat nu al de handen vol heeft aan het bestrijden van de Taliban. Daarnaast zou het falen van de strijd in Afghanistan een verlies betekenen in de strijd tegen islamitische terreur.
De Amerikaanse president Obama wil de strijd in Afghanistan in de komende twee jaar beslechten. Daarvoor is - zoals McChrystal stelt - een groter aantal soldaten nodig. Om dat te bereiken,
verwacht hij de steun van zijn bondgenoten. Het is aan Nederland om te besluiten of het Amerika te hulp schiet, maar de enige juiste keuze is dat wél te doen. Onze veiligheid is net zo goed verbonden aan de strijd tegen de Taliban en Al Qaida.
De Nederlandse aanwezigheid is belangrijk: het maakt het verschil tussen een generatie die naar school kan of één die ten onder gaat aan terreur. Het verplaatsen van de troepen naar een Nederland vecht. In Uruzgan trekken onze militairen er dagelijks op uit om de bevolking te beschermen tegen de sluipmoordenaars van de Taliban. Wij werken daar aan de basis van een stabiele staat, waarin de Afghanen kunnen leven zonder angst voor de Taliban. Voor dat doel hebben 21 Nederlandse militairen hun leven gegeven en stellen veel meer soldaten dagelijks hun leven in de waagschaal. Terwijl zij elke dag een onherbergzaam gebied veilig proberen te maken, is er maar bar weinig politieke steun voor onze jongens en meiden. Het kabinet is niet bij machte om een besluit te nemen over de toekomst van de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan. Dat ze de soldaten daarbij in het ongewisse laten - en demoraliseren - wordt als niet meer gezien dan politieke collateral damage. Deze besluiteloosheid en onzekerheid is slecht voor onze militairen: zij moeten weten waar ze aan toe zijn en waar zij zich op moeten voorbereiden. Er moet snel een antwoord komen op de vraag wat we gaan doen: verlengen of terugtrekken.
En dat antwoord moet zijn: verlengen, want Nederlandse militairen maken Uruzgan veiliger. Het is een moeilijk proces dat veel tijd en energie kost, maar dagelijks wel vruchten afwerpt. Meisjes en vrouwen - die onder de Taliban geen kans hadden op een opleiding of een zelfstandig leven - hebben voor het eerst uitzicht op onderwijs en zelfstandigheid. Dat is een fantastisch resultaat, maar maakt het werk verre van af. Terreur is nog steeds aan de orde van de dag en de opbouw van de staat gaat erg moeizaam. De Amerikaanse generaal McChrystal verwacht zelfs dat zonder nieuwe soldaten het project in zijn geheel faalt.
Onze aanwezigheid in Afghanistan gaat niet alleen om de toekomst van de Afghanen, maar ook over de veiligheid van de rest van de wereld. Afghanistan is niet zomaar een middeleeuwse zandbak, maar een cruciaal slagveld tegen de militante, fundamentalistische Islam. Succes of falen in Afghanistan is geopolitiek doorslaggevend. Een instabiel Afghanistan levert grote gevaren op voor haar buurlanden. Met name voor Pakistan dat nu al de handen vol heeft aan het bestrijden van de Taliban. Daarnaast zou het falen van de strijd in Afghanistan een verlies betekenen in de strijd tegen islamitische terreur.
De Amerikaanse president Obama wil de strijd in Afghanistan in de komende twee jaar beslechten. Daarvoor is - zoals McChrystal stelt - een groter aantal soldaten nodig. Om dat te bereiken, verwacht hij de steun van zijn bondgenoten. Het is aan Nederland om te besluiten of het Amerika te hulp schiet, maar de enige juiste keuze is dat wél te doen. Onze veiligheid is net zo goed verbonden aan de strijd tegen de Taliban en Al Qaida.
De Nederlandse aanwezigheid is belangrijk: het maakt het verschil tussen een generatie die naar school kan of één die ten onder gaat aan terreur. Het verplaatsen van de troepen naar een  heilloze missie in een ander land, hoe goed bedoeld ook, is evenals het verplaatsen van de militairen naar een andere plek in Afghanistan een verspilling van geld, ervaring en kennis. De Nederlanders kennen Uruzgan en haar bewoners. Het ontluikende vertrouwen moet niet worden geschaad door een grote wisseling in de aanwezige troepen.
Er is wel een keerzijde. De missie in Afghanistan is niet makkelijk, niet zonder gevaar en trekt een zware wissel op de Nederlandse krijgsmacht. Nederlandse militairen moeten daarom kunnen rekenen op voldoende materiaal van goede kwaliteit en uitstekende hulp bij terugkeer in Nederland. Als één van de kerntaken van de staat mag defensie niet het slachtoffer worden van politici die alles eisen, maar niets geven. 
Jarenlang is bezuinigd op defensie, terwijl wordt verwacht dat onze militairen overal ter wereld de kastanjes uit het vuur halen. Dat is onacceptabel. Defensie moet een budget hebben dat ruimte biedt voor flexibiliteit qua inzet en zekerheid qua materiaal. Maar defensie moet zelf ook duidelijke keuzes maken: het is ongelofelijk dat generaals een auto met chauffeur krijgen voor hun werk in Nederland, maar dat een soldaat op een stoffige, kale vlakte zijn derdehands radio niet aan de praat krijgt.
Om een slepende discussie en zware buitenlandse druk te voorkomen moet Nederland wél duidelijke eisen stellen bij verlenging: wij doen mee, maar niet alleen en zonder opvolger. Wie neemt het straks over van Nederland, en hoe gaat de transitie? NAVO-bondgenoten die weinig tot niets in Afghanistan doen moeten ook hun verantwoordelijkheid nemen. We kunnen alleen maar hopen dat politieke partijen over hun eigen schaduw heen kunnen stappen. En kiezen voor vrede en veiligheid, voor de Afghanen en voor onszelf. 

Dit artikel, geschreven door Landelijk Voorzitter Martijn Jonk, is op 6 januari 2010 verschenen in NRC Next.