Februari 2015 - Goed onderwijs mag wat kosten

Goed onderwijs mag wat kosten

Op een druilerige dinsdagmorgen maakt een VWO-brugklas oefeningen over lees-vaardigheid. Bij een tekst over het scheiden van afval, vraagt het boek van hen dat ze een serie woorden in één van twee kolommen plaatsen: ‘biologisch afbreekbaar afval’ en ‘niet biologisch afbreekbaar afval’. Na de juiste antwoorden te hebben ingevuld, vraagt een jongen: “maar meneer, dit heeft toch niets met leesvaardigheid te maken? Dit wist ik ook wel zonder die tekst te lezen”. Als ik vraag of de rest van de klas deze mening deelt, wordt instemmend geknikt. “Hoe kan het nu” is mijn tegenvraag aan de klas “dat de schrijver van dit boek jullie hier wellicht wat onderschat?” Het blijft stil. “Kijk nu eens naar de kaft” voeg ik toe. “Ah”, zegt een andere jongen “het is een HAVO-VWO boek!”.
            Dat is nog eens een mooi onderwerp voor een discussie. “Waarom, denken jullie, zou je een HAVO-VWO boek hebben, als je toch echt alleen VWO doet?” vraag ik aan de klas. Na even piekeren heeft een meisje het antwoord: “dat is goedkoper, meneer”. En inderdaad, het is een stuk goedkoper om slechts één boek uit te geven voor Nederlands in de brugklas, dan één voor de HAVO en één voor het VWO. Zonder een moment aarzeling echter, reageert nu een jongen op de laatste opmerking van zijn klasgenote: “maar goed onderwijs mag toch wel wat kosten?!”.
            Aangenaam verrast door de scherpte en het maatschappelijk inzicht van deze elf- en twaalfjarigen, kijk ik of ik de discussie nog een stukje verder kan brengen. “Kostenbesparing” doceer ik “is niet de enige reden dat jullie een HAVO-VWO boek op het VWO hebben. Wat zou nog een andere reden kunnen zijn?” Nu blijft het even stil. Want wat zou er ook verder nog voor valide reden kunnen zijn, dan dat? Valide of niet, echter, dunkt me dat deze klas het verdient om wat meer te weten over de historische, politieke beweegredenen achter dit beleid. Kort leg ik uit dat er in de jaren zeventig politici waren – en er nog altijd zijn -, die vonden dat tenminste 50 procent van de Nederlandse bevolking op den duur ‘hoger opgeleid’ moet zijn. “Er zijn twee manieren om dit bereiken” houd ik de klas voor. “Of je maakt iedereen slim genoeg om een hogere opleiding af te ronden, of...?”. “Of je maakt het makkelijker om een diploma te halen, doordat je het niveau omlaag haalt”, reageert de jongen die de discussie had ontketend. “En dat” zeg ik ter besluit van de discussie “noemen ze nu met een duur woord ‘nivelleren’”.
            Als een VWO-brugklas, met betrekkelijk weinig sturing van de docent, tot dergelijke conclusies kan komen, waarom – vraag ik me vervolgens af – heeft generatie ná generatie aan met name PvdA-bewindvoerders dit dan nog altijd niet onderkend? Inderdaad, goed onderwijs mag wat kosten, zal waarschijnlijk ook menigeen PvdA-er beamen. Maar kennelijk niet het onderwijs dat we onze slimste kinderen of, om met een platitude te spreken, de ‘leiders van morgen’ aanbieden. Oh, de afgunst! Oh, het ressentiment, zoals Nietzsche het, lang voor de oprichting van de PvdA, al noemde.
En het ligt niet – hoe graag wij liberalen dit onszelf nogal eens voorhouden – aan een totaal gebrek aan intelligentie van PvdA-zijde. Blijkens ook de hooggeleerde Ronald Plasterk, die, nadat hij de University Colleges (zo ongeveer de enige Nederlandse hoger onderwijsinstellingen, die internationaal wél goed scoren) had uitgemaakt voor “dure crèches voor rijkeluiskinderen”, zonder blikken of blozen zijn eigen zoon naar een University College stuurde.
            “Aristocratie” betekent oorspronkelijk weinig anders dan “heerschappij van de wijzen” en laat ons verheugd zijn dat de Nederlandse democratie, in die zin, nog de nodige aristocratische elementen behelst. Volksvertegenwoordigers voeren het dagelijks beleid, rechters worden op basis van deskundigheid aangesteld en op een cultureel niveau wordt status in grote mate bepaald door opleidingsniveau. Waarom dan, zijn politici, niet alleen van PvdA-huize, zó bang deze werkelijkheid te erkennen? Het onderwijs in den brede, en in ieder geval één VWO-brugklas die ik ken, zou hier zeker bij gebaat zijn.

- Daan Lodder
Docent Nederlands, religiewetenshap en filosofie op een middelbare school en is bezig met een promotieonderzoek naar de Duitse Romantiek aan University College Roosevelt.